
Een jonge Oost-Aziatische vrouw met een smalle romp staat centraal in het beeld, lang zwarte haar gestompt naar één kant. Ze draagt een mintgroene blouse met voluminieuze tulle-mouwen en een babyblauwe rok, gepositioneerd in deeltje profiel terwijl ze zachtjes naar de camera kijkt. Zachte rosebloemen fladderen om haar heen als opgeschimde bloempetallen. De achtergrond bestaat uit transparante mintgroene tullegordijnen die op elkaar zijn gelegd voor een etherele diepte. Zachte, diffuse belichting bedekt de scène met een monochrome palet van mint en wit, wat de textuur van de stoffen en de rozetinten van haar make-up versterkt-subtiel op ogen en lippen.